Postmoderne roman

De postmoderne roman breekt na de gruwel van Tweede Wereldoorlog radicaal met het 19e-eeuws realisme, de lineaire verhaallijn, traditionele personages en andere literaire conventies. Het uitgangspunt van postmoderne auteurs is dat er geen objectieve werkelijkheid bestaat die met taal kan worden beschreven.

Postmoderne schrijvers reageren op allerlei manieren tegen de hoge pretenties van het modernisme. Het onderscheid tussen "hogere" en "lagere" cultuur is volgens hen kunstmatig. Zij zetten de aanval hiertegen in met de pastiche, de combinatie van culturele elementen, waaronder onderwerpen en genres die eerder niet geschikt werden geacht voor literatuur.


Schrijfprocedé

Met een aantal structurele en stilistische kunstgrepen accentueren ze hun opvatting dat een schrijver geen 'compleet wereldbeeld' kan geven in zijn teksten. In de postmoderne roman heerst schijnbaar willekeur, doordat er geen verband is tussen de delen onderling en er geen poging wordt ondernomen om alles in een zinvol verband te brengen. Noch in de plot noch in de personages zit enige continuïteit, waardoor de handelingen van de personages in de roman vaak inconsequent overkomen. Het karakter van een personage uit een postmoderne roman lijkt niet vast te staan. Verhalen kunnen zich afspelen in onmogelijke werelden, of tegelijk in een pluraliteit van werelden.

Met al deze vervreemdende procedés die de scheiding tussen fictie en realiteit ondermijnen, vestigt de schrijver de aandacht op de fictie, op de tekst zelf. Zo is bijvoorbeeld in Louis Paul Boons meesterwerk, De Kapellekensbaan (1953) evenmin sprake van zoiets als een lineaire vertelling of van verhaallijnen die naar een ontknoping toe werken. In een van de verhaallijnen volgt de lezer de auteur (‘boontje’) die een roman schrijft over het wedervaren van het arbeiderskind Ondineke. In dat verhaal worden overal nog fragmenten ingelast met commentaren van Boons vrienden, waarbij ook het schrijven van Boon onder de loep wordt genomen.

Kenmerken van de postmoderne roman een notendop:
- geen toepassing meer van de eenheidsconventie (geen verband tussen de delen, geen continuïteit in intrige en personages)
- geen lineair opgebouwde vertelling
- geen causaliteit
- geen grens tussen fictie en realiteit
- meerdere vertelinstanties
- intertekstualiteit door bijvoorbeeld fragmenten op te nemen uit andere teksten, romans e.d.
- de postmoderne tekst vestigt de aandacht op zichzelf (op de fictionaliteit)
samenvattend: alles reflecteert een groot wantrouwen tegenover wat wij 'de werkelijkheid' noemen. Het postmodernisme zet de manier waarop wij denken en waarnemen tussen haakjes.

Nederlandstalige postmoderne auteurs
Nederlandstalige auteurs die behoren tot wat het postmodernisme wordt genoemd, zijn de romanciers Willem Brakman - met zijn 'invalsgestuurde' schrijfmethode - en Louis Ferron, die literair succes oogstte met zijn trilogie Gekkenschemer (1974) / Het Stierenoffer (1975) / De Keisnijder van Fichtenwald (1976). Hun uitgangspunt is dat er geen objectieve werkelijkheid bestaat die met taal kan beschreven worden. Zij stellen vitalisme en spontaniteit tegenover het te grote intellectualisme van hun modernistische voorgangers. Ander auteurs van wie de teksten postmoderne kenmerken vertonen zijn Gerrit Krol, Huub Beurskens, M. Februari, Stefan Hertmans, Pol Hoste, Gijs IJlander, Atte Jongstra, Charlotte Mutsaers en Peter Verhelst.

Voorbeelden van Nederlandstalige postmoderne romans:
- Cees Nooteboom: 'In Nederland'
- Willem Brakman: 'De bekentenis van de heer K.'
- Louis Ferron: 'De keisnijder van Fichtenwald', waarin Herman Goering in dezelfde tijd voorkomt als Heinrich von Kleist (1777-1811)