De tijger

 

Hij wacht op me

in het duister

ergens

Hij is geduldig.

 

Spoedig, gromt hij

Spoedig.

Maak nog maar een schilderij van me.

Of een gedicht.

Maar krijgen zal ik je.

 

Ik haal mijn schouders op

en tel de strepen van mijn pyjama.