Darkness van Byron in Nederlandse vertaling
Het gedicht Darkness van Lord Byron is een apocalyptische visie op een wereld zonder zon, geschreven in 1816. De Nederlandse vertalingen van Kosters, Grandgagnage en Janzen laten goed zien hoe verschillend vertaalstrategieën kunnen zijn. Het sombere 82-regelige gedicht Darkness van Lord Byron ontstond in 1816, ook wel bekend als het "jaar zonder zomer". Dit was vanwege de uitbarsting van Mount Tambora in 1815 in het huidige Indonesië, die grote delen van Europa met as bedekte en koude en duisternis bracht. Sommigen dachten dat het einde van de wereld nabij was. De blijvende mist en aanhoudende regen leidden toen tot mislukte oogsten en wijdverspreide hongersnood.
Aan het begin van het gedicht zegt de spreker dat hij de gebeurtenissen zal beschrijven als een "droom" maar "niet allemaal een droom" (versregel 1). Dit toont de wijdverbreide reactie in Europa op de zomer die nooit kwam: mensen waren verbaasd omdat ze het gevoel hadden dat ze leefden in een soort vreemd alternatief universum waarin de zomer kil en guur was. Het gedicht beschrijft verder de koude, sombere aarde waar mensen aangewezen zijn op hun overlevingsinstinct in deze lange periode van duisternis en wanhoop. Vogels vallen uit de lucht, slangen verliezen hun gif, voedselvoorraden raken op, en mensen worden uiteindelijk kannibalen. Tegen het einde van het gedicht leidt dit tot het uitsterven van de mensheid en wordt de aarde een kale rots.
Er bestaan nog maar weinig Nederlandse vertalingen van het gedicht. De eerste was van Jan de Kruijff (1785-1863), die je op de website van het Byrongenootschap kunt lezen. We beperken ons tot de drie belangrijkste moderne vertalingen: die van Gerlof Janzen (20e eeuw) en de twee recentere vertalingen van Onno Kosters (2016) en van Jules Grandgagnage (2020). Om een indruk te krijgen van de verschillende vertaalstijlen, bekijken we de eerste vijftien versregels uit Byrons gedicht:
FRAGMENT UIT 'DARKNESS'
BYRON
I had a dream, which was not all a dream.
The bright sun was extinguish'd, and the stars
Did wander darkling in the eternal space,
Rayless, and pathless, and the icy earth
Swung blind and blackening in the moonless air;
Morn came and went—and came, and brought no day,
And men forgot their passions in the dread
Of this their desolation; and all hearts
Were chill'd into a selfish prayer for light:
And they did live by watchfires—and the thrones,
The palaces of crowned kings—the huts,
The habitations of all things which dwell,
Were burnt for beacons; cities were consum'd,
And men were gather'd round their blazing homes
To look once more into each other's face;
Kenmerken van het origineel
Geschreven in blank vers (rijmloos), weliswaar met een vrij strak metrum van jambische pentameters (vijf heffingen, accent op tweede lettergreep); enjambementen (doorlopende versregels, ook al begint elke nieuwe regel in het Engels met een hoofdletter); De grootste uitdaging voor een vertaler is echter om de sombere, nihilistische sfeer over te brengen. Het gedicht beschrijft immers de afdaling van de mensheid in barbaarsheid, inclusief kannibalisme. De ware horror schuilt niet in het gebrek aan licht, maar in het "duivelse" egoïsme dat in de afwezigheid ervan ontstaat.
Drie vertalingen
GERLOF JANZEN
Ik droomde, maar het was niet slechts een droom.
De helle zon was uitgedoofd, en in
Het eeuwig ruim verdonkerden de sterren,
Zonder een straal of baan. Verduisterd, blind
Hing kil de aard' in manenloze lucht.
De morgen kwam en ging - en bracht geen dag,
De mens vergat zijn passies bij het leed
Dat hem getroffen had; elk hart bevroor
Tot een zelfzuchtig bidden om het licht.
Bij kampvuur leefde men. De tronen en
Paleizen van gekroonde koningen,
De hutten, woningen van àl wat leeft,
De steden, àlles ging in vlammen op.
De mens zat neer bij 't brandend eigen huis
Men keek elkaar nog éénmaal in 't gelaat;
ONNO KOSTERS
Ik heb gedroomd, maar was het wel een droom:
de zon was uit, de sterren zwierven dof
en doods door het oneindige heelal,
geen richting kenden zij en zonder maan
bewoog de koude aarde blind en zwart;
al brak de ochtend aan, nooit werd het dag,
de medemenselijkheid ging teloor
in ieders angst om eigen lot; elk hart
bevroor in zelfgericht gebed om licht:
rond kampvuren vertoefde men – paleis
en troon van vorstenhuizen, hut
of schuilplaatsen van iedereen die woont
verstookte men als lichtbaak; elke stad
viel aan het vuur ten prooi, waarbij men stond,
elkaar nog eenmaal in de ogen keek;
JULES GRANDGAGNAGE
Ik had een droom, maar niet geheel een droom.
De zon was uitgedoofd en de stervende sterren
Zwierven in d' eeuwige ruimte, van stralen beroofd,
En zonder doel; en de donkere ijzige aarde
Hing blind en zwart in de maanverlaten lucht;
De morgen kwam en ging - en bracht geen dag,
En de mensen, uit angst om verlaten te worden,
Vergaten hun passies en alle harten verkoelden
En baden om de terugkeer van het licht:
En zij leefden van vuurhaarden - en de tronen,
De paleizen van gekroonde koningen - de hutten,
Verblijven van alles wat beschutting zocht,
Offerden zij aan het vuur; zelfs hele steden,
En mensen stonden rond hun brandend huis
Voor nog een laatste blik op elkaars gezicht;
Vertaalstijlen vergeleken
De vertaalstijl bepaalt de "stem" van de vertaling, variërend van letterlijk tot creatief of literair, en zorgt ervoor dat de tekst natuurlijk klinkt in de doeltaal:
- Janzen legt nadruk op existentiële angst en leegte
- Kosters benadrukt het bijbelse en verhevene
- Grandgagnage maakt het poëtisch en esthetisch
Janzen
- Taalregister: minimalistische toon, hedendaags
- Probeert de dreiging voelbaar te maken
- Houdt zinnen vaak strak en krachtig
- Compact, modern: gericht op leesbaarheid en impact
- Komt op die manier dicht bij de existentiële intensiteit van Byron
- Minder strikt metrisch
- Focus op spreekritme en spanning
Kosters
- Taalregister: hedendaags literair
- Neigt naar letterlijke trouw, soms wat stroef
- Behoudt structuur en herhaling
- Nauwkeurig, maar iets minder dramatisch
- Volgt vaak het originele metrum:
- Sterke nadruk op klank en enjambement
- Nederlands klinkt soms zwaarder
Grandgagnage
- Taalregister: plechtig, met behoud van Byrons cadans
- Gevoel voor vloeiend ritme
- Meer vrijheid: minder letterlijk, meer esthetisch herscheppend
- Neigt naar uitbreiding of verfraaiing
- Kan beelden iets poëtischer inkleuren
- Verhoogt esthetiek, soms minder rauw;
- Getrouw, klassiek, syntactisch helder
Janzen klinkt compact en sober, hoewel een frase als "Hing kil de aard' in manenloze lucht" onverwacht archaïscher klinkt; Costers en Grandgagnage hanteren vrij consequent een wat directere taal die hedendaags literair aanvoelt. In de eerste regel (Byrons "I had a dream, which was not all a dream") valt het bij Costers op dat hij er een vraag van maakt, hiermee de twijfel en verwarring bij de spreker benadrukkend. Elke vertaler houdt zich aan de jambische pentameter als bouwelement, waar soms van wordt afgeweken om niet in een te nadrukkelijke dreun te vervallen. Byrons fraaie "and the stars Did wander darkling in the eternal space, Rayless, and pathless" klinkt bij Janzen prozaïscher met "en in Het eeuwig ruim verdonkerden de sterren, Zonder een straal of baan", bij Costers met een inversie-ingreep "de sterren zwierven dof en doods door het oneindige heelal, geen richting kenden zij"; Grandgagnage streeft naar een meer poëtisch vloeiend ritme met "en de stervende sterren Zwierven in d' eeuwige ruimte, van stralen beroofd, En zonder doel". Byrons "darkling" stars vertaalt hij met het allitererende "stervende sterren", terwijl Janzen het letterlijker vertaalt met "verdonkerden" en Costers met het eveneens fraai allitererende "donker en doods". De drie vertalers maken ook andere keuzes bij Byrons "the moonless air": respectievelijk "manenloze lucht", "zonder maan" en "maanverlaten lucht". Ook hier behoudt Costers als nauwgezette wetenschappelijke vertaler zijn wat meer nuchtere stijl. Byrons prachtige "all hearts Were chill'd into a selfish prayer for light" vertaalt Janzen fraai als "elk hart bevroor Tot een zelfzuchtig bidden om het licht"; Costers slaagt erin om wat binnenrijm binnen te smokkelen met zijn "elk hart bevroor in zelfgericht gebed om licht", en Grandgagnage parafraseert Byrons "selfish prayer" met "en alle harten verkoelden En baden om de terugkeer van het licht". Elke vertaling doet recht aan Byrons origineel zonder het te letterlijk om te zetten naar het Nederlands.
Conclusie
- Janzen: sterkste voor moderne lezers en emotionele impact
- Kosters: beste keuze als je het origineel zo dicht mogelijk wilt volgen
- Grandgagnage: meest "literaire" en elegante interpretatie
Bronvermelding
- Vertaling van Jan de Kruijff (1785-1863) op de website van het Nederlandse Byrongenootschap,
- Vertaling van Onno Kosters, als "Duisternis" gepubliceerd in Poëziekrant 6 (2016)
- Vertaling van Jules Grandgagnage (Deze vertaling, onder de titel 'Het Duister', werd opgenomen in Geoffrey Parker: Wereldcrisis - Oorlog, klimaatverandering en catastrofe in de zeventiende eeuw (Uitg. Omniboek, februari 2022)
- Vertaling van Gerlof Janzen (‘Duisternis', Avalon Pers, 2025).