Ode aan een schoen

 
Gij, die mijlen vrat
van 't zwerven zat
Weest gegroet
 
Gij, die nimmer spraakt
doch stom en trouw bewaakt
de linkervoet
 
Geen lied nog rijm
geen steen noch monument
kan u genoeg gedenken
 
Toch eer ik nu uw grootheid,
uw streven en uw sneven
uw lange, nobele strijd
tegen het slijtend leven
 
Heb dank, het ga U goed
in het hier-schoenmaals
zult ge verder leven