The Waste Land in Nederlandse vertaling

Het bekendste deel van T.S. Eliots modernistische gedicht The Waste Land uit 1922 is ongetwijfeld de openingspassage (Deel I: "The Burial of the Dead"):

APRIL is the cruellest month, breeding
Lilacs out of the dead land, mixing
Memory and desire, stirring
Dull roots with spring rain.
Winter kept us warm, covering
Earth in forgetful snow, feeding
A little life with dried tubers.

Het fragment verwijst duidelijk naar Geoffrey Chaucers The Canterbury Tales, waar de proloog begint met:

Whan that Aprill with his shoures soote
The droghte of March hath perced to the roote
And bathed every veyne in swich licour
Of which vertu engendred is the flour


In tegenstelling tot Chaucer beschrijft Eliot april als "wreed" omdat het leven (seringen) uit een dood, onvruchtbaar land perst, een vredige winter verstoort en op pijnlijke wijze herinnering en verlangen vermengt, in tegenstelling tot de traditionele viering van de lente. Het markeert het begin van een gedicht waarvan de gefragmenteerde stijl de desillusie na de Eerste Wereldoorlog weergeeft.


Verschillende Nederlandstalige auteurs waagden zich aan een vertaling van dit complexe gedicht. Een vergelijking van enkele vertalingen van de openingspassage toont (niet zo verrassend) aan dat vertalen heel diverse resultaten kan opleveren. Het is een zaak van accenten leggen, je uitgangspunt bepalen: wil ik een tekstgetrouwe vertaling die zo streng mogelijk vasthoudt aan het origineel (inhoud, rijmschema, ritme) of werk ik eerder 'naar de geest' en streef ik liever een creatieve herwerking na die op verschillende aspecten afwijkt van het origineel? De hieronder geciteerde vertalers (Van Baaren, Venderickx, Meijsing & Snell, Houtsma, Grandgagnage en Claes) hebben zulke keuzes, bewust of onbewust, gemaakt. Het is niet de bedoeling om een soort 'beste vertaling' uit te kiezen. Dit artikel beoogt wel een analyse te maken van de keuzes die de vertalers hebben gemaakt en welk effect dit heeft op de interpretatie van het gedicht in de doeltaal.

Enkele kerngedachten die een vertaler zou moeten weergeven


De beroemde uitspraak "April is the cruellest month" verklaart waarom de winter de voorkeur geniet, omdat de mensheid dan in een veilige, sluimerende toestand verkeert. Je zou met wat overdrijving kunnen stellen dat Eliot het hier heeft over de wreedheid van de wedergeboorte die de lente afdwingt van het 'dode land'. Deze herleving brengt pijn met zich mee, omdat ze de comfortabele gevoelloosheid van de winter verstoort.

Waarom "lilacs"? Omdat seringen worden geassocieerd met rouw: De bloemen symboliseren het gedwongen, pijnlijke herleven van herinneringen en verlangens die de bewoners van het desolate gebied liever zouden vergeten. De verwijzing roept sterk het gedicht "When Lilacs Last in the Dooryard Bloom'd" van Walt Whitman in herinnering, een elegie voor Abraham Lincoln die de bloemen verbindt met zowel de lente als de dood.

"Forgetful snow": Staat voor het verdoven van pijn, trauma of een gebrek aan passie. Het bedekt de harde, chaotische realiteit en creëert een vals gevoel van veiligheid.

"Dried tubers": Betekent een karig bestaan, of overleven met minimale emotionele of spirituele voeding. "Winter kept us warm": Paradoxaal genoeg fungeert de winter als een deken die mensen beschermt tegen de "wreedheid" van het ontwaken van verlangens en herinneringen die de lente met zich meebrengt.

 

Vorm en structuur van het gedicht


Eliot schreef een groot deel van The Waste Land in een losse blanke versvorm, oftewel ongerijmde jambische pentameter. Maar ondanks het ontbreken van een strikt rijmschema bevat het gedicht toch behoorlijk wat rijm. In het fragment rijmen vijf van de zeven versregels op het eindrijm 'ing', overigens zijn dat allemaal werkwoorden (breeding, mixing, stirring,...) De versregels lopen door in de volgende ("enjambement").

De zes vertalingen van de openingspassage


Laten we beginnen met het citeren van de zes vertalingen van het fragment:

Van Baaren (1949)
(zie bron)

Wreedste der maanden is April, drijvend
Seringen uit dood land, mengend
Herinnering en verlangen, roerend
Stomme wortels met voorjaarsregen.
Winter hield ons warm, dekkend
Aarde onder zorgeloze sneeuw, voedend
Een weinig leven met dorre knollen.


Jan Venderickx (1979/1986)
(zie bron)

April is de gruwelijkste maand, ze teelt
Seringen uit het dode land, vermengt
Herinnering en begeren, port
Fletse wortels op met lenteregen.
De winter verwarmde ons, bedekte
De aarde met achteloze sneeuw, voedde
Een restje leven met droge knollen.


Geerten Meijsing & Keith Snell (1974)
(zie bron)

Lente is het wreedst seizoen, bloeiend
Met seringen uit het dode land, vermengt
Herinnering en verlangen, laaft
Droge wortels met meiregen.
De winter verwarmde ons, hulde
De aarde in gedachtenloze sneeuw, voedde
Een rest van leven met droge rapen.


Jos Houtsma (2025)
(zie bron)

April is de wreedste maand, die
seringen ontlokt aan dood land, die
herinnering mengt met verlangen, die
dode wortels lokt met lenteregen.
De winter hield ons warm, bedekte
de aarde met de vergetelheid van sneeuw,
hield een sprankje leven in stand met gedroogde knollen.


Jules Grandgagnage (2024)
(zie bron)

APRIL is de wreedste maand, seringen
broedend uit het dode land, herinnering
en verlangen mengend, verdoofde wortels
prikkelend met lenteregen.
De winter hield ons warm, de grond bedekkend
met sneeuw zonder geheugen, gedroogde knollen
voedend met restant van leven.


Paul Claes (2007)
(zie bron)

April is de grimmigste maand, hij wekt
Seringen uit het dode land, vermengt
Herinneringen en verlangen, port
Lome wortels op met lenteregen.
De winter hield ons warm, hulde
De aarde in vergetele sneeuw, voedde
Een restje leven met verdorde knollen.'


Analyse en vergelijking


Wat meteen opvalt, is dat sommige vertalers (Venderickx, Houtsma, Claes,...) kiezen voor de directe rede, waarbij dus actieve werkwoorden worden gebruikt, terwijl enkele anderen (Van Baaren, Grandgagnage) mogelijk dichter bij het origineel blijven door voltooide deelwoorden in de versregels te mengen. Meijsing & Snell mixen de boel wat op: eerst indirect ("broedend", daarna consequent direct ("vermengt", "laaft", "hulde"...) Het ene is niet beter dan het andere, maar het heeft wel een impact op de versmaat.

De eerste versregel bij Meijsing & Snel luidt "Lente is het wreedst seizoen", en wijkt toch wel wat af van het origineel; de rest van de vertalers kleurt netjes binnen de lijntjes.

De keuze van Van Baaren met "drijvend / Seringen uit dood land, mengend / Herinnering en verlangen" klinkt wat te 'Engels' van constructie. Het afsluiten van de versregel met één heffing is niet zo fraai, omdat het een bruuske stop suggereert terwijl de versregel soepel dient over te lopen in de volgende (bijvoorbeeld "April is de wreedste maand, die / seringen ontlokt aan dood land, / die herinnering mengt met verlangen" (Houtsma) tegenover "APRIL is de wreedste maand, seringen / broedend uit het dode land, herinnering / en verlangen mengend" (Grandgagnage).

Met "stirring Dull roots with spring rain" bedoelt Eliot dat na de winter de verdroogde wortels van de planten terug tot leven worden gewekt door de lenteregen. Bij Houtsma zijn dat 'dode' wortels, misschien wat te sterk om tot leven te worden gewekt. Gepaster lijkt de keuze voor fletse, droge, lome, verdoofde enz. bij andere vertalingen. Een fraaie vondst ontdekt de lezer bij Venderickx en Claes die het over het 'opporren' van de wortels hebben; hetzelfde effect bereikt 'lokken' bij Houtsma. Dat Meijsing & Snell kozen voor 'meiregen' in plaats van lenteregen (spring rain), is vreemd, want mei staat eerder bekend als een relatief droge en zonnige maand...

Eliots "forgetful snow" vertaalt Claes als "vergetele" sneeuw. Daar kun je als argeloze lezer wel even achter blijven haken. Is dit een neologisme, een dichterlijke vrijheid die mogelijk 'vergetelheid veroorzakend' betekent? Dichters (en vertalers) mogen vanuit de aard van hun ambacht rekenen op enige coulance en vrijheid, maar je kunt je wel afvragen of dit 'vergetele' nu zo fraai is. Andere oplossingen zijn "vergetelheid van sneeuw" (Houtsma) en "sneeuw zonder geheugen" (Grandgagnage). De "gedachtenloze sneeuw" van Meijsing & Snell wijkt af van de aanvaarde betekenis en is bovendien eigenzinnig gespeld.

Besluit


Na het lezen van deze vertalingen vallen zowel overeenkomsten als verschillen op. Inhoudelijk zitten ze gewoonlijk wel op hetzelfde spoor. De woordkeuze is misschien niet bij ieder even geslaagd, en Eliots versregels met soms vier, dan weer vijf heffingen wordt eigenlijk door niemand van de genoemde vertalers strikt nagevolgd. Cadans in poëzie is de natuurlijke, ritmische golfbeweging van woorden, klemtonen en pauzes die een gedicht adem geeft. Het zorgt voor een vloeiende beweging (stuwkracht) of een specifieke sfeer, vaak vergeleken met de "ademhaling" van de tekst of de cadans in muziek. Elk van de zes vertalingen heeft dat nagestreefd, al zijn er enkele bij die er bovenuit steken. De proef op de som is het luidop voordragen van de vertaling. Dat moet iedere lezer voor zichzelf uitmaken.

Iedere vertaler heeft (gelukkig maar!) zijn eigen stijl. Van Baaren hanteert zoals gezegd een taalidioom dat voor sommige lezers wat vreemd (gemodelleerd naar het Engels) aanvoelt, maar verdient respect als vaak geciteerde voorloper; Claes vertaalt compact en precies; Houtsma vertaalt eveneens precies, laat goede vondsten zien, maar vertaalt minder compact; Venderickx leunt wat meer aan tegen spreektaal (wat niet verkeerd is!); Meijsing & Snell maakten zoals gezegd enkele betwistbare keuzes ("seizoen", "meiregen", "gedachtenloze sneeuw"), waardoor deze vertaling wat verder afdwaalt van het origineel; Wat opvalt bij Grandgagnage is het gebruik van vrouwelijk ("slepend') rijm, wat prettig leesbare enjambementen oplevert.